Met de fysiotherapeut bent u snel weer in beweging
Bezoek onze locatie
Eerste Zeine 120 Waalwijk
Bel ons
0416 - 650700
Stuur ons een e-mail
info@fysiotherapie-elegance.nl
Whatsapp
06-11919425

Hielpijn

Hielpijn kan verschillende oorzaken hebben. Vaak wordt dit direct bestempeld als ‘hielspoor’, dit is echter niet altijd terecht. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen fasciitis plantaris, fasciosis plantaris en hielspoor. Verderop zullen de verschillende beelden besproken worden. Onder de voetzool loopt een peesplaat, dit wordt ook wel de ‘fascia plantaris’ genoemd. Deze peesplaat loopt vanaf het hielbeen (calcaneus) naar het onderste gedeelte van de tenen. De peesplaat biedt ondersteuning aan de gehele voet.

Hielspoor

Een hielspoor is een doornvormige verkalking ter hoogte van de aanhechting van de peesplaat op het hielbeen. Vermoedelijk ontstaat dit door langdurige compressie op een klein oppervlak van het hielbeen. Dit is een geleidelijk proces, maar naarmate we ouder worden heeft het meer kans zich verder te ontwikkelen.De overmatige botvorming (verkalking) kan directe structuren in de omgeving gaan irriteren, zoals de fascia plantaris. Dit is wat uiteindelijk klachten zal veroorzaken. De verschillende beelden van hielspoor:

  • Fasciitis plantaris:  Op het moment dat het peesblad onder de voet ontstoken raakt, spreken we van een fasciitis plantaris.
  • Fasciosis plantaris: Wannneer er sprake is van achteruitgang van de kwaliteit en structuur van de pees wordt er gesproken van fasciosis plantaris.

Oorzaak en ontstaanswijze van hielpijn

Vaak is hielpijn een overbelastingsblessure. Door overbelasting vergroot de spanning op de peesplaat, waardoor er te hard wordt getrokken aan de aanhechting van de peesplaat op de hiel. Dit kan door daadwerkelijke overbelasting, zoals hardlopen of springen, maar ook door onevenwichtige belasting van bijvoorbeeld verkeerde schoenen. Enkele mogelijke oorzaken van hielspoor:

  • Overbelasting door sporten
  • Slechte schoenen
  • Overgewicht
  • Leeftijd, vooral bij mensen boven de 45 jaar komt het meer voor
  • Korte kuitspier
  • Platvoeten/holle voeten

Symptomen

Klachten aan de hiel worden gekenmerkt door een aantal symptomen, namelijk:

  • Pijn aan de onderzijde van de voet ter hoogte van de aanhechting van de fascia plantaris op het hielbeen
  • Druk op de aanhechting van de peesplaat op het hielbeen is pijnlijk
  • Pijn tijdens het lopen of staan
  • Startpijn, de klachten ‘s morgens, of na een tijdje te hebben gezeten, zijn heftiger dan de klachten na een tijdje lopen
  • Soms is er een verdikking onder de voet waarneembaar

Diagnose

Allereerst luistert de fysiotherapeut naar uw klachten. Bij het eerste lichamelijke onderzoek kijkt de fysiotherapeut naar: de stand van de voeten, het op kunnen wekken van de klacht door kracht, de mobiliteit van de enkel. Indien nodig maakt de fysiotherapeut een echo zodat de pees in beeld gebracht kan worden.

Behandeling en herstel

Het behandelen van hielklachten kan een langdurig proces zijn.Binnen de fysiotherapie trachten we ernaar om de kwaliteit en structuur van de peesplaat te verbeteren, dit gebeurd door middel van: ESWT (shockwave therapie), taping, rekoefenigen, (excentrische) krachttraining en adviezen.
Daarnaast is het belangrijk om samen met u te kijken naar de oorzaak, om zo herhaling van klachten te voorkomen.

Referenties

  • Nugteren, K. van & Winkel, D. (2009). Onderozek en behandeling van de voet. Houten: Bohn Stafleu van Loghum
  • Verhaar, J.A.N. & Linden, A.J. van der (2003). Orthopedie. Houten: Bohn Stafleu van Loghum

Inversie trauma enkel (verzwikking van de enkel)

‘Door je enkel gaan’, het overkomt bijna iedereen weleens. De beweging waarbij de enkel naar buiten klapt, wordt ook wel een inversietrauma genoemd. In verreweg de meeste gevallen is er sprake van een overrekking, al dan niet met scheuringen/rupturen, van het kapselbandapparaat van de enkel. Wanneer enkelbandletsel niet goed behandeld wordt, kan dit tot blijvende instabiliteit in het enkelgewricht leiden (zie kopje ‘instabiliteit enkel’).

De enkelbanden zijn stugge, stevige structuren die zich zowel aan de binnenkant als de buitenkant van de enkel bevinden. Ze verbinden het onderbeen met de voet en zorgen ervoor dat extreme bewegingen in het enkelgewricht worden opgevangen. Op het moment dat je ‘door de enkel gaat’, kunnen de banden de beweging niet meer afremmen en worden de banden te ver opgerekt, wat kan leiden tot letsel. De ernst van het letsel kan worden uitgedrukt in graden. Bij graad 1 is er sprake van een verrekking, mogelijk zijn er enkele vezels van een band ingescheurd. Bij graad 2 heeft de verzwikking geleid tot een ruptuur (scheur) van een enkelband. Bij graad 3 is er sprake van een totale ruptuur van de enkelbanden, waardoor het gewricht volledig instabiel wordt.

Oorzaak en ontstaanswijze

In de meeste gevallen is er sprake van een duidelijk aanwijsbaar trauma moment (het moment waarop iemand zich verstapt of verzwikt). In sommige gevallen kan ook een langdurige rekoverbelasting in bijvoorbeeld sport zorgen voor klachten. De verzwikking die zorgt voor letsel aan de buitenste enkelbanden, is de verzwikking waarbij de voetzool naar binnen en de enkel naar buiten zwikt. Hierbij komen de buitenste banden volledig op rek.

Symptomen

• Pijn aan de buitenzijde van de enkel/voet
• Zwelling (direct na trauma)
• Soms aanwezigheid van bloeduitstorting
• Gevoel van instabiliteit in de enkel
• Bewegingen van de enkel (met name naar binnen draaien van voetzool) zijn pijnlijk

Diagnose

Allereerst luistert de fysiotherapeut naar uw klachten. Indien uw therapeut het nodig acht, zal hij/zij eerst een fractuur uitsluiten. Bij het eerste lichamelijke onderzoek kijkt de fysiotherapeut naar: de stand van de voeten, de plaats van de klacht, het op kunnen wekken van de klacht door kracht en de mobiliteit van uw enkel. Ook zal de therapeut specifiek de enkelbanden testen.

Behandeling en herstel

Afhankelijk van de ernst van het letsel stelt uw fysiotherapeut een passend behandelplan op. De eerste dagen bestaat het herstel voornamelijk uit rust, hoog leggen van de voet, koelen, zwachtelen/tapen. Daarna wordt gestart met oefentherapie, waarbij er aandacht besteed  wordt aan kracht, stabiliteit en mobiliteit. De belasting wordt geleidelijk opgebouwd  totdat de patiënt terug op gewenst niveau is.

Referenties

  • Nugteren, K. van & Winkel, D. (2009). Onderozek en behandeling van de voet. Houten: Bohn Stafleu van Loghum
  • Verhaar, J.A.N. & Linden, A.J. van der (2003). Orthopedie. Houten: Bohn Stafleu van Loghum

 

Instabiliteit enkel

Functionele instabiliteit van de enkel is veelal een restverschijnsel van een inversietrauma (verzwikking van de enkel). Er blijven klachten aanwezig zoals het idee hebben door de enkel heen te zakken, maar ook het daadwerkelijk omzwikken van de enkel. Patiënten kunnen angst hebben om voluit te belasten. Daarnaast kan er tijdens langdurige belasting pijn ontstaan, zwelling opkomen en sprake zijn van gewrichtsstijfheid. Functionele  instabiliteit kan leiden tot ongewenst aangepast gedrag, een afwijkend gangpatroon, het vermijden van dagelijkse bezigheden, of problemen met activiteiten op het werk of met het sporten op gewenst niveau.

Oorzaak en ontstaanswijze

Factoren die o.a. van invloed kunnen zijn op het ontstaan/voorbestaan van instabiliteit:

  • Laxiteit van het kapsel-bandapparaat
  • Verstoord gevoel (proprioceptie)
  • Verminderde spierkracht
  • Vertraagde reactietijd van spieren
  • Verminderde beweeglijkheid enkel
  • Inadequate wijze van omgang met de klachten (angst/onzekerheid)

Diagnose

Allereerst luistert de fysiotherapeut naar uw klachten. Indien uw therapeut het nodig acht, zal hij/zij eerst een fractuur uitsluiten. Bij het eerste lichamelijke onderzoek kijkt de fysiotherapeut naar: de stand van de voeten, de plaats van de klacht, het op kunnen wekken van de klacht door druk en de mobiliteit van uw enkel. Daarnaast wordt er actief getest , hierbij wordt o.a. gekeken naar: gangpatroon, opvangen van sprongvormen, hakken-tenenloop, uitvoeren van dubbeltaken.

Behandeling en herstel

Indien er sprake is van bestaande functionele instabiliteit, maar ook van nieuwe weefselschade, wordt de patiënt in eerste instantie behandeld  voor het acute letsel (zie kopje ‘inversietrauma enkel’). Wanneer de patiënt volledig steun kan nemen op de voet, de voet ‘normaal’ kan afwikkelen en de recent verergerde zwelling is afgenomen, kan de therapie worden gericht op de functionele instabiliteit. De therapie bestaat dan voornamelijk  uit het oefenen, waarbij aandacht is voor het gangpatroon, coördinatie en balans, kracht en uithoudingsvermogen, snelheid, beweeglijkheid en indien nodig tape/bandage/brace gebruik. Verder is er sinds enkele jaren een app verkrijgbaar "versterk je enkel". Deze app bevat goede uitgebreide oefeningen voor het vergroten van je enkelstabiliteit. Deze app is te vinden in de app store of de app market voor android gebruikers.

Referenties

  • Nugteren, K. van & Winkel, D. (2009). Onderzoek en behandeling van de voet. Houten: Bohn Stafleu van Loghum
  • Verhaar, J.A.N. & Linden, A.J. van der (2003). Orthopedie. Houten: Bohn Stafleu van Loghum